P e r s b e r i c h t  
 

13 maart 2001
9.30 uur
Centraal Bureau voor de Statistiek

Meer alleenstaande dertigplussers

Het aantal alleenstaanden van dertig jaar of ouder is tussen 1995 en 2000 met 14 procent toegenomen. Het aantal jongere alleenstaanden is de afgelopen jaren gedaald. Dit blijkt uit cijfers van het CBS.

Meer alleenstaanden door relatieontbinding
Op 1 januari 2000 woonden er in Nederland 1,8 miljoen alleenstaanden van dertig jaar of ouder. De toename tussen 1995 en 2000 is voor de helft toe te schrijven aan de stijging van het aantal dertigplussers. De andere helft wordt veroorzaakt door het grotere aandeel dertigplussers dat alleenwoont.
De sterkste toename van het aandeel alleenstaanden heeft zich voorgedaan bij veertigers. Een belangrijke oorzaak hiervan is relatieontbinding door niet-gehuwd samenwonenden. Deze groep, die de afgelopen jaren sterk is gegroeid, heeft een hogere kans op relatieontbinding dan gehuwden. Daardoor stijgt het aantal alleenstaanden.
De meeste mensen van wie de relatie spaak loopt wonen daarna enige tijd alleen. In de meeste gevallen is het alleenwonen na relatieontbinding van tijdelijke aard. Tweederde van de gescheidenen vindt binnen vijf jaar een nieuwe partner.
De groei van het aantal alleenstaanden is bij mannen groter dan bij vrouwen. Dit komt doordat als er bij echtscheiding kinderen zijn betrokken, de kinderen meestal bij de moeder blijven.

Meer hoogbejaarde alleenstaanden
Het aantal zelfstandig wonende alleenstaanden van 85 jaar of ouder is tussen 1995 en 2000 met een kwart toegenomen. Dit komt voor de helft doordat steeds minder ouderen in een tehuis worden opgenomen. In 1995 woonde 38 procent van de 85-plussers in een tehuis. In 2000 was dit teruggelopen tot 31 procent.
De andere helft van de toename van het aantal alleenstaanden op hoge leeftijd komt door vergrijzing.
Vrouwen vormen een ruime meerderheid onder de alleenstaande hoogbejaarden. Dit komt doordat vrouwen ongeveer vijf jaar langer leven dan mannen en bovendien meestal een mannelijke partner hebben die enkele jaren ouder is. Daarom zijn er op hoge leeftijd veel weduwen.

Aantal jonge alleenstaanden daalt
Het aantal alleenstaande twintigers is tussen 1995 en 2000 met 7 procent gedaald. Dit komt door het teruglopen van het aantal jongeren als gevolg van de geboortedaling in de jaren zeventig. Het aandeel van de alleenstaanden onder de jongeren is wel toegenomen. Steeds meer jongeren kiezen ervoor om als ze uit huis gaan een tijd alleen te wonen. Uiteindelijk gaat nog steeds de overgrote meerderheid van de jongeren met een partner samenwonen, eerst ongehuwd. Later, als er kinderen komen, trouwt de meerderheid.

Technische toelichting
De gegevens in dit persbericht zijn ontleend aan de vernieuwde huishoudensstatistiek van het CBS. Deze statistiek is gebaseerd op gegevens uit de gemeentelijke basisadministratie (GBA), in combinatie met gegevens uit de Enquête Beroepsbevolking.
Alleenstaanden zijn personen die alleen een zelfstandige huishouding voeren. Een gescheiden ouder met kind(eren) is dus geen alleenstaande. Bewoners van instellingen en tehuizen voeren geen zelfstandige huishouding en worden daarom niet tot de alleenstaanden gerekend.

Noot voor de redactie
Voor achtergrondinformatie over dit persbericht kunt u contact opnemen met het Centraal Bureau voor de Statistiek in Voorburg, dr. Jan Latten, tel. (070) 337 52 32. Overige informatie kunt u verkrijgen bij de persdienst van het CBS, tel. (070) 337 58 16.



PB01-057
Centraal Bureau voor de Statistiek
Het CBS is een dienst van het Ministerie van Economische Zaken